|
Charcot arthropathie of neuropathische arthropathie, is
een aandoening die sommige diabetici met perifere neuropathie
(verlies van gevoeligheid) na 8 tot 10 jaar overkomt. Jean Martin Charcot was
een Franse arts die in 1868 neuropathische arthropathie beschreef
vooral bij mensen met ver gevorderde syfilis. In die tijd leefden
mensen met diabetes niet lang, omdat er nog geen insuline bestond.
Eenmaal insuline beschikbaar kwam en diabetes kon behandeld worden,
werd in de jaren dertig neuropathische arthropathie vastgesteld bij
diabetes. Het probleem kan ook voorkomen bij verschillende andere
ziekten die het sensibele zenuwsysteem aantasten, zoals onder andere alcoholisme,
lepra (melaatsheid), syfilis en Charcot-Marie-Tooth. De meest
frequente oorzaak is echter diabetes.

Wat betekenen al deze termen?
Neuropathie is een term die problemen
met het zenuwstelsel beschrijft. Bij diabetici noemt dit perifere neuropathie,
die de gevoelszenuwen aantast van de perifere (verre) delen van het
lichaam (voeten en handen) met als resultaat verlies van
gevoeligheid. Diabetische neuropathie tast ook het autonome
(onvrijwillige) zenuwstelsel aan dat de bloeddoorstroming regelt in
de bloedvaten. Dit kan een abnormale toename van de
bloeddoorstroming naar het lidmaat geven, die bijdraagt tot de
zwelling en osteoporose van het bot terwijl het Charcot proces zich
afspeelt.
Arthropathie
is een term
die problemen met een gewricht beschrijft. Neuropathische arthropathie
beschrijft dus gewrichtsproblemen ten gevolge van een gebrek aan
input van het zenuwsysteem. Men veronderstelt dat tijdens de toename
van perifere neuropathie bij langdurige diabetes mellitus, de
gewrichten niet langer in staat zijn om de krachten te herkennen die
erop inwerken en om de relatieve posities van de verschillende
gewrichten in te schatten. Omdat het lichaam zich niet aanpast aan
die krachten en die posities van de gewrichten, ontstaan
microtraumata of microfracturen. Vandaar dat de meeste gevallen van neuropathische arthropathie
voorkomen in de onderste ledematen met hun gewichtsdragende functie.
Zelden gebeurt dit echter ook in andere gewrichten.
Wanneer treedt neuropathische arthropathie
op?
De meeste patiënten die neuropathische arthropathie
ontwikkelen hebben perifere
neuropathie na minstens 10 jaar diabetes. Iemand met juveniele
diabetes (begonnen als kind), kan dit probleem dus ontwikkelen nadat
hij 20 of 30 jaar is geworden. Niettemin zijn de meeste mensen met Charcot arthropathie
40 jaar of ouder, want de meeste diabetici krijgen pas hun ziekte op
volwassen leeftijd.
Wat zijn de tekenen en symptomen van Charcot arthropathie?
Charcot arthropathie bestaat uit drie stadia.
Eerst is er de fragmentatie of destructiefase. In dit stadium gaan
het gewricht en het omgevende bot kapot. De botfragmenten en
het gewricht worden onstabiel, en in sommige gevallen verdwijnt het
bot volledig door absorptie. De eerste fase geeft opvallend veel
zwelling (vaak met weinig pijn), roodheid (erythema), en warmte.
Door dit fenomeen is het gemakkelijk te begrijpen dat de eerste fase
van Charcot arthropathie verward wordt met een diepe infectie,
vooral omdat er vaak geen sprake is van een letsel of trauma.
Tijdens de bot- en gewrichtsaantasting, ontwikkelen zich breuken en
instabiliteit waardoor de gewrichten kunnen ontwrichten of de botten
zich kunnen verplaatsen ten opzichte van elkaar. Dit kan leiden tot
ernstige misvorming van voet en enkel. De middenvoet wordt vaak
aangetast, waardoor een heel platte voet ontstaat die breed is waar
een normale voet vernauwt in zijn voetboog. Er ontstaan vaak benige
uitsteeksels op het steunvlak van de voet. Diagnose en vroege
behandeling in dit eerste stadium zijn heel belangrijk om te
proberen de botdestructie en de misvorming minimaal te houden. Deze
eerste fase kan zelfs 6 tot 12 maand duren.
De tweede fase noemt de coalescentiefase. Het
acute destructieve proces vertraagt en het lichaam begint te
proberen een genezingsproces in gang te zetten. Zwelling en warmte
verminderen. Eenmaal het acute proces is verdwenen en de heling is
ingezet, begint de derde fase.
Dit is de consolidatie-
of reconstructiefase tijdens dewelke de het bot en de gewrichten
genezen. Jammer genoeg is ondertussen de voet vaak al misvormd, en
als er genoeg vernietiging is opgetreden, kan er blijvende
instabiliteit zijn. Schoenaanpassing wordt dan vaak heel moeilijk,
en op maat gemaakt schoeisel en diabetische inlegzolen zijn
belangrijk om vormen van ulcera boven misvormde zones te helpen
voorkomen.
Hoe kunnen we Charcot gewrichtslijden behandelen?
Eenmaal de diagnose gekend, gelukkig vaak in
de eerste fase, zijn er verschillende belangrijke doelstellingen van
de behandeling. Eerst moet de warmte en zwelling verminderen. Daarna
moeten we de voet ondersteunen of stabiliseren om misvorming
minimaal te houden. Een totaal contactgips wordt aangelegd door
geoefend personeel. Deze gips heeft betere bescherming over
uitsteeksels dan gewone gips, en bedekt vaak volledig de tenen om te
voorkomen dat steentjes en vuil in de gips geraken en verder
kwetsuren uitlokken. De gips moet in het begin vaak gewisseld worden
omdat de zwelling vermindert en de gips komt los te zitten. Eenmaal
de initiële zwelling is verdwenen en de patiënt de gips verdraagt
zonder huidproblemen, kan het interval tussen de gipswissels oplopen
tot 2 tot 4 weken. Als alternatief bestaat een diabetes looplaars (diabetic
walker). De voet moet ondersteund worden tot alle warmte en zwelling
is verdwenen. Dit kan in enkele maanden opgelost zijn, maar duurt
echter vaker van 6 tot 12 maand.
Het steunen op de zieke
voet tot een minimum beperken is ook belangrijk. Realistisch gezien
is dit heel moeilijk voor iemand met
diabetische neuropathie en daarom is herhaald aandringen hierop
noodzakelijk. Hulp door krukken, looprek, gips, looplaars wordt
aangeraden. In deze periode is er noodzaak aan frequente
consultaties. De patiënt moet steeds opnieuw worden opgeleid in
diabetesvoet verzorging en Charcot arthropathie. Morele steun en
begeleiding bij de verschillende stadia van boosheid en ontkenning
van deze ernstige verandering in zijn leven, zijn noodzakelijk.
Na het eerste stadium, wordt
de maat genomen voor gepast diabetisch schoeisel, orthesen en bracen
(indien nodig). Tijdens de behandeling moet ook de goede voet worden
nagekeken en beschermd, want die doet bijna alle werk.
Soms ontwikkelen mensen
misvormingen die niet in schoenen of bracen passen of die zo
onstabiel zijn dat ze niet kunnen worden tegengehouden door
apparaten. Op dat ogenblik kan heelkunde een oplossing bieden. De
timing van die heelkunde is belangrijk. Chirurgie in de eerste fase
heeft een hoge kans op complicaties, vaak met fragmentatie van elk
herstel. Soms is chirurgie zelfs in de eerste fase noodzakelijk door
ernstige gewrichtsinstabiliteit. Een andere optie hiervoor is
amputatie en prothesen. Vaak speelt de algemene toestand en
bijkomende medische problemen bij de beslissing tot heelkunde, een
belangrijke rol.
Lange termijn behandeling van patiënten met Charcot
arthropathie is
belangrijk. Eenmaal de patiënt is gestabiliseerd, zijn periodieke
controles (elke 6 maand of jaarlijks) bij een voet-en enkel
specialist van groot belang. Hierbij kunnen complicaties op tijd
gezien worden, en kunnen het schoeisel, steunzolen en bracen worden
nagekeken. De verdere voorlichting van de patiënt in zijn
voetverzorging krijgt zo ook een vervolg. Iedereen die roodheid,
zwelling of warmte in zijn voet ontwikkelt, moet worden aangeraden
een arts te raadplegen, omdat dit het begin kan zijn van een nieuw Charcot proces.
|