 |
Meet altijd beide voetjes. De meeste kinderen
hebben twee verschillende voetmaten.
|
 |
Kinderschoenen moeten onmiddellijk
comfortabel zitten. Laat je kind geen gebruikte schoenen dragen
en verwacht niet dat kinderen de schoenen inlopen tot ze goed
zitten.
|
 |
De meeste kinderen ontwikkelen hun voetboog
niet volledig tot ze op het einde van de lagere school zijn en
een schoen speelt geen rol in het ontwikkelen van die voetboog.
|
 |
Kinderen moeten schoenen dragen die gevormd
zijn zoals hun voeten en die voldoende ruimte laten om al hun
tenen te bewegen.
|
 |
Laat een duimbreedte ruimte tussen de top van
de grote teen en het uiteinde van de schoen.
|
 |
Het hielstuk moet goed aansluiten en niet
afglijden.
|
 |
De zool van de schoen moet de voet beschermen
tegen letsels en zorgen voor schokabsorptie.
|
 |
De schoen moet gemaakt zijn uit materiaal dat
meegeeft en ademt zoals leder.
|
 |
De schoen moet genoeg ruimte laten om de
kindervoet te laten groeien.
|
 |
Een goed passende schoen mag geen eelten,
blaren of andere misvormingen veroorzaken. |