Inklemmingssyndroom

Wanneer de pezen van de schouder chronisch ingeklemd geraken tussen het dak van de schouder en de bovenarm, spreekt men van een impingement syndroom van de schouder. Dit veroorzaakt pijn in de bovenarm met een typisch pijnpatroon.

 

Klachten

In het eerste stadium ondervindt de patiënt pijn in de bovenarm tijdens of na de activiteit, ofwel spontaan ’s nachts. In een verder stadium kan de pijn aanwezig blijven en kan de slaap ernstig gestoord worden. De patiënt heeft het dan ook moeilijker om zware krachtsinspanningen te doen boven schouderhoogte. Bij uitgesproken krachtverlies dient men rekening te houden met een mogelijke scheur van de rotator cuff.

 

Oorzaken

Het dak van de schouder (acromion) is van nature uit niet recht maar afhellend. Hierdoor ontstaat makkelijk een conflictsituatie tussen het uitsteeksel (tuberculus majus), waar de belangrijkste pezen (rotator cuff) van de schouder aanhechten, en het dak van de schouder. Een slijmbeurs helpt de pezen onder het dak van de schouder glijden. Deze slijmbeurs kan ontstoken raken (bursitis) en zo het  glijdingsmechanisme verstoren. Deze situatie doet zich vooral voor bij activiteiten op of boven schouderhoogte, in het bijzonder als die met kracht gepaard gaan.

 

Indien er naast een ontsteking van de slijmbeurs ook een ontsteking optreedt aan één van de pezen spreken we van een tendinitis. Als deze ontsteking blijft aanhouden, kan de pees door verdere irritatie beschadigd worden. Dit kan op termijn leiden tot een ruptuur van de pezen van de rotator cuff.

 

 

Behandelingsopties

Zeker in de vroegtijdige stadia van de aandoening zal een conservatieve behandeling vooropgesteld worden. Indien er sprake is van een overbelasting van de pees dient rust in acht genomen te worden. Er wordt eerst ontstekingsremmende medicatie, in tabletten of via inspuitingen, gegeven. In regel worden twee tot drie spuitjes gegeven, rechtstreeks in de slijmbeurs, met een lokaal cortisone preparaat. Die worden om de 14 dagen toegediend. Deze therapie kan eventueel gecombineerd worden met kinesitherapie, bestaande uit een ontstekingsremmende behandeling en uit het herwinnen van de beweeglijkheid en de coördinatie van de verschillende schouderspieren. In een vroegtijdig stadium geeft deze gecombineerde therapie een goed resultaat bij 70% van de patiënten. Indien de symptomen echter terugkomen, dient een operatie overwogen te worden.

 

Nazorg

De revalidatie van een schouderingreep neemt ettelijke weken tot maanden in beslag. Klassiek wordt aangenomen dat de revalidatie in drie stadia verloopt:

  1. Acute fase: deze duurt drie à vier dagen. Hierbij is het vooral van belang de schouder zoveel mogelijk te laten rusten. Hiervoor wordt dan ook een draagdoek voorgeschreven.                                
  2. Sub-acute fase: deze fase duurt tot zes weken na de ingreep. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan het herwinnen van de beweeglijkheid en het beperken van de pijn.                            
  3. Chronische fase: hierbij gaat het vooral om het herwinnen van de kracht. Deze fase kan tot vier tot zes maanden na de ingreep duren. De duur van de werkonbekwaamheid hangt grotendeels af van het uitgeoefende beroep en van de aantastingsgraad van de pees. 

 

Bron: Belgische Vereniging voor Orthopedie en Traumatologie (www.bvot.be)

Terug naar boven