Iliotibiale band syndroom

Het iliotibiale band frictie syndroom is een veel voorkomende overbelastingsblessure bij sporters. Het komt vooral voor bij duursporters die veel repetitieve bewegingen dienen te doen zoals: hardlopers, triatleten, voetballers en wielrenners.

Klachten

Er ontstaat kniepijn aan de buitenzijde van de knie die bij belasting opkomt en terug geleidelijk verdwijnt bij rust. Hoe erger de ontsteking wordt, hoe sneller de pijn opkomt bij inspanning. De pijn wordt vaak beschreven als branderig.

 

Oorzaken

Bij repetitieve bewegingen zoals lopen of fietsen wrijft een peesblad, de iliotibiale band, over een beenderig uitsteeksel aan de buitenzijde van het dijbeen wat een chronische ontsteking van het onderliggende weefsel veroorzaakt. Deze ontsteking kan ontstaan door zogenaamde intrinsieke oorzaken zoals een verschil in beenlengte, zwakte in heupspieren of positie van de voet ofwel door extrinsieke oorzaken zoals verandering van loopondergrond, te snel opdrijven van training of verandering van loopschoenen.

 

Behandelingsopties

 Niet-chirurgische behandeling

De behandeling is in de eerste plaats conservatief. In eerste instantie moet de ontsteking bestreden worden. Dit kan gedaan worden met ontstekingsremmers, ijs en kinesitherapie. Bij de kinesist zal er eerst en vooral tegen de ontsteking gewerkt worden met ultrageluid of elektrotherapie. Vervolgens dient er ook voldoende stretching (rekking) van de ITB en de bilspieren gedaan te worden. Deze houden namelijk de pees op spanning. De stretching wordt best 3x/dag gedurende minstens 3 maanden uitgevoerd.

Het is belangrijk dat de kinesist u oefeningen aanleert die u thuis kun doen. Verder kan de kinesist u ook begeleiden naar sporthervatting.

Indien deze maatregelen falen na enkele maanden, kan er een lokale corticosteroïd injectie gegeven worden.

Verder zal er een vermindering van de trainingsactiviteit moeten plaatsvinden van de beweging die de problemen veroorzaakt bijvoorbeeld hardlopen.

Aanpassing van sportactiviteiten en training:

– Tijdelijk verminderen of vervangen door minder kniebelastende sport zoals zwemmen, aquajogging en step.

– Het reduceren van de trainingsafstand gedurende minstens twee weken.

– Aanpassen van het terrein. Hardlopen en/of fietsen op vlak terrein gedurende tenminste twee weken. Bergop en bergaf lopen tijdelijk vermijden.

– Rustige tempo pedaleren (80 rpm of minder) met weinig weerstand gedurende ten minste twee weken voor fietsers.

– Een verlenging van deze periode van vier weken als de klachten blijven voortduren.

– Volledige sportstop indien belangrijke last. Het hervatten van de training met korte afstanden, lichte weerstand of hardlopen op vlak terrein.

Ook kunnen de schoenen worden aangepast (steunzolen) eventueel met behulp van een loopanalyse op de loopband.

 

Chirurgische behandeling

In hardnekkige gevallen kan een chirurgische behandeling nodig zijn. Best wordt eerst een conservatieve therapie geprobeerd gedurende minimum 6 maand.

De operatie gebeurt door een incisie van enkele centimeters aan de buitenzijde van de knie gemaakt. Er wordt zo een kleine opening in het peesblad gemaakt zodat er geen irritatie en ontsteking meer kan optreden.

 

Nazorg

Belangrijk is dat de pati├źnt beseft dat chirurgie alleen niet de sleutel is tot de oplossing. Het volgen van een aangepast revalidatieschema is noodzakelijk om herval en andere blessures te vermijden. Na de operatie wordt er een gips of brace aangelegd voor een 10-tal dagen om de wonde te beschermen en alles tot rust te laten komen. Nadien wordt er dan weer gestart met kinesitherapie. Fietsen wordt meestal toegelaten na een week of 4, om weer te beginnen lopen dient men 8-10 weken te wachten. Het is belangrijk dat de looptraining heel geleidelijk wordt opgebouwd. Best wordt een aangepast trainingsschema opgesteld. Regelmatig stretchen blijft belangrijk!

Terug naar boven