 |
|
Revalidatie na Totale Enkelprothese
terug naar overzicht |
 |
| |
|
met dank aan Dr. Stefaan Verfaillie, Herentals |
| |
Na 4 weken |
| |
Verwijderen van het gips en wondcontrole
Controleradiografie van de enkel AP/LAT
Aanleggen van een Donjoy® ROM Walker
of Aircast® enkelbrace
Bij afwezigheid
van wondproblemen en goede radiografische evolutie: start
kinesitherapie
|
| |
Fase 1:
doelstelling: herstel mobiliteit enkel, spierversterking,
gangrevalidatie |
|
|
|
1.1 Herstel Mobiliteit |
|
|
massages om
weefsels te versoepelen van distaal naar proximaal
passieve
mobilisatie van:
. het enkelgewricht
met de knie in extensie, met de knie in flexie
. MTP-1 gewricht
. de middenvoet en
voetwortel (Lisfranc en Chopart gewrichten)
. het subtalaire
gewricht
de mobilisaties zijn niet agressief maar wel progressief en
evolutief
intermittente
Kinetec (CPM) mobilisaties om winst van de passieve mobilisaties
te onderhouden
|
|
1.2 Herstel Spierkracht |
|
|
starten met
actief geassisteerde oefeningen
evolueren naar
actieve oefentherapie tegen weerstand manueel en mechanisch
(gewichten,
katrollen,...)
belangrijk:
gedissocieerde spiercontracties oefenen
dissociëren
van: m.extensor digitorum en m.tibialis anterior, en daarnaast
m.flexor digitorum en Achillespees
|
|
1.3 Gangrevalidatie |
|
|
schoenen: liefst
sportschoen of lederen schoen met stevige rubberen zool;
eventueel in het begin een
hieltje aanbrengen in de schoen
initieel
eventueel met externe steun rondom de enkel (brace of walker)
progressief op
te voeren belasting: van partiële belasting naar volledige
belasting, starten tussen de
baren (met spiegel), nadien looprek, dan krukken
van in het
begin aandringen op goede afrol van de voet: landen op de hiel en
afzetten op de voorvoet en
tenen, geen exorotatie van het been
|
|
1.4 Aanvullende behandelingen |
|
|
Cryotherapie na
oefentherapie (bvb. Aircast® cryolaars)
T.E.N.S
therapie
Lymfedrainage:
voetpomp of manuele lymfedrainage
Compressieverbanden bij teveel lymfevocht: Dauerbinde, Tubigrip,
korte elastische kous of bandage
|
|
|
Fase 2: vooral
gangrevalidatie |
|
|
na ongeveer 3
weken wordt vooral op de verdere gangrevalidatie gewerkt
correctie van
afwijkingen in het gangpatroon
proprioceptieve
oefeningen progressief op te voeren
|
|
|
Mogelijke
problemen tijdens de revalidatie |
|
|
wondproblemen na verwijderen van het gips: geven meestal geen
vertraging van de revalidatie, maar
therapie in het water en cryotherapie zijn niet toegelaten
pijn
tijdens de revalidatie: door het opstarten van de belasting na 4
weken gips, is een ander type pijn
dan de degeneratieve gewrichtspijn. R/adequate pijntherapie
met Dafalgan en/of Contramal/Dolzam in
combinatie met een NSAID
afwijkend
gangpatroon dat persisteert: stereotype “exorotatie gang” door
gewoonte van vroeger
(nociceptief geheugen). R/doorgedreven gangrevalidatie voor
een spiegel
oedeem
dat blijft: ofwel locaal oedeem (frequent antero-lateraal en
malleolair), ofwel algemeen
lymfe-oedeem eventeel met veneuze insufficientie, of beide samen.
R/doorgedreven lymfedrainage en
externe compressie
complex
regionaal pijnsyndroom (R.S.D., Südeck): is zeldzaam met
belangrijke vertraging in de
revalidatie en minder goed eindresultaat
|
|
|