Revalidatieschema AZ Groeninge, actualisatie op 06/01/2007
                                                                                                                                                                             

                                                                                                                                                                    

Revalidatie na Totale Enkelprothese                                                             terug naar overzicht
 
met dank aan Dr. Stefaan Verfaillie, Herentals
 
  Na 4 weken
 

Verwijderen van het gips en wondcontrole
Controleradiografie van de enkel AP/LAT
Aanleggen van een Donjoy® ROM Walker of Aircast® enkelbrace
Bij afwezigheid van wondproblemen en goede radiografische evolutie: start kinesitherapie

 
  Fase 1: doelstelling: herstel mobiliteit enkel, spierversterking, gangrevalidatie
 
      1.1 Herstel Mobiliteit
 

massages om weefsels te versoepelen van distaal naar proximaal
passieve mobilisatie van:
           . het enkelgewricht met de knie in extensie, met de knie in flexie
           . MTP-1 gewricht
           . de middenvoet en voetwortel (Lisfranc en Chopart gewrichten)
           . het subtalaire gewricht
   de mobilisaties zijn niet agressief maar wel progressief en evolutief
intermittente Kinetec (CPM) mobilisaties om winst van de passieve mobilisaties te onderhouden

      1.2 Herstel Spierkracht
 

starten met actief geassisteerde oefeningen
evolueren naar actieve oefentherapie tegen weerstand manueel en mechanisch (gewichten,
   katrollen,...)
belangrijk: gedissocieerde spiercontracties oefenen
dissociëren van: m.extensor digitorum en m.tibialis anterior, en daarnaast
   m.flexor digitorum en Achillespees

      1.3 Gangrevalidatie
 

schoenen: liefst sportschoen of lederen schoen met stevige rubberen  zool; eventueel in het begin een
   hieltje aanbrengen in de schoen
initieel eventueel met externe steun rondom de enkel (brace of walker)
progressief op te voeren belasting: van partiële belasting naar volledige belasting, starten tussen de
   baren (met spiegel), nadien looprek, dan krukken
van in het begin aandringen op goede afrol van de voet: landen op de hiel en afzetten op de voorvoet en
   tenen, geen exorotatie van het been

      1.4 Aanvullende behandelingen
 

Cryotherapie na oefentherapie (bvb. Aircast® cryolaars)
T.E.N.S therapie
Lymfedrainage: voetpomp of manuele lymfedrainage
Compressieverbanden bij teveel lymfevocht: Dauerbinde, Tubigrip, korte elastische kous of bandage

 
  Fase 2: vooral gangrevalidatie
 

na ongeveer 3 weken wordt vooral op de verdere gangrevalidatie gewerkt
correctie van afwijkingen in het gangpatroon
proprioceptieve oefeningen progressief op te voeren

 
  Mogelijke problemen tijdens de revalidatie
 

wondproblemen na verwijderen van het gips: geven meestal geen vertraging van de revalidatie, maar
   therapie in het water en cryotherapie zijn niet toegelaten
 

pijn tijdens de revalidatie: door het opstarten van de belasting na 4 weken gips, is een ander type pijn
   dan de degeneratieve gewrichtspijn.  R/adequate pijntherapie met Dafalgan en/of Contramal/Dolzam in
   combinatie met een NSAID
 
afwijkend gangpatroon dat persisteert: stereotype “exorotatie gang” door gewoonte van vroeger
   (nociceptief geheugen).  R/doorgedreven gangrevalidatie voor een spiegel
 
oedeem dat blijft: ofwel locaal oedeem (frequent antero-lateraal en malleolair), ofwel algemeen
   lymfe-oedeem eventeel met veneuze insufficientie, of beide samen.  R/doorgedreven lymfedrainage en
   externe compressie
 
complex regionaal pijnsyndroom (R.S.D., Südeck): is zeldzaam met belangrijke vertraging  in de
   revalidatie en minder goed eindresultaat

 
© concept Dr. Jan Van Der Bauwhede, 2004 - 2007