BEVROREN SCHOUDER = FROZEN SCHOUDER
Wat is een frozen shoulder?
Een frozen shoulder is de eindfase in een kapselontsteking van de schouder.
Het kapsel zelf is een dun vlies dat de gewrichtsholte afscheid van de rest van de weefsels
rond een schouder. Zij ligt tegen het bot, pezen en spieren aan en zorgt voor de voeding
van het kraakbeen. Het is een ruime zak die het mogelijk maakt dat de schouder ruim
beweegt in elke van de drie dimensies. Het zorgt anderzijds ook met het labrum voor de
stabiliteit in de schouder. Soms echter kan dit vlies gaan ontsteken.
Een aantal mogelijk oorzaken zijn : een fractuur, een operatie, een banaal trauma, ... Enkele aandoeningen kunnen een voorbeschiktheid hebben voor een kapselontsteking,
zoals diabetes, thoraxaandoeningen, parkinson. Anderzijds kunnen schouderaandoeningen op zich ook een kapselontsteking veroorzaken. Echter, bij een aantal patiënten doet dit zich voor zonder aanleiding.
Het komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen en vooral rond de leeftijd tussen 40 en 60
jaar.
Klachten
In de beginfase is er enkel de pijn. De klachten verschillen zich quasi niet van een
peesinklemming.
- Er is de nachtelijke pijn wanneer de patiënt op de desbetreffende
schouder gaat liggen.
- Er is de pijn bij bewegingen in de hoogte en achter de rug.
- Tegelijkertijd is er pijn bij bruuske bewegingen in de laagte, wat meer specifiek is.
In een tweede tijd, hetgeen weken tot maanden later kan komen, begint de beweeglijkheid
en souplesse in de schouder te verminderen.
- We bemerken bij een klinisch onderzoek dat de beweeglijkheid in de drie dimensies verminderd zijn in vergelijking met de andere zijde.
- Achter de rug gaat de hand niet meer tot tussen de schouderbladen en naar de hoogte toe
is er minder reikwijdte.
In de derde fase lost de bewegingsbeperking zich langzaam deels op met minimale pijn.
De totale fase kan onbehandeld twee jaar duren.
Niet chirurgische behandeling
De bedoeling van de behandeling is de ontsteking kwijt raken en de beweeglijkheid doen
toenemen. Ontstekingswerende medicatie werkt onvoldoende. Kinesitherapie op zich werkt ook
niet .
Het is noodzakelijk om een corticoïdenpreparaat intra-articulair aan te brengen.
Deze zal de inflammatie drukken zodat nadien de kinesitherapie kan doorgaan.
Eenmaal de ontsteking onder controle is, daalt de pijn en kan begonnen worden de
beweeglijkheid terug te winnen. Dit gaat enkel door kinesitherapie waar stretching
oefeningen worden uitgevoerd en aangeleerd.
Noodzakelijk is dat de oefeningen nog intensief thuis worden uitgevoerd. Dit om een
maximaal effect te kunnen genereren.
De revalidatie duurt om en bij de drie maanden.
Chirurgische behandeling
Wanneer de bovenstaande behandeling na een periode van twee maanden faalt en de
beperking functioneel groot en met pijn is, dan is er een indicatie om chirurgisch een
handje toe te steken.
Met een artroscopie wordt omzichtig en voorzichtig het kapsel losgemaakt in de schouder,
rondleid de pan, het glenoid. Het dikke stijve kapsel wordt doorgeknipt en deels
verwijderd. Nadien wordt de schouder nog bijkomend gemanipuleerd om de laatste
beperkingen weg te werken. Er worden bij deze ingreep geen pezen of bot aangeraakt.
De ingreep gebeurd onder een algemene narcose, gepaard gaand met een katheter
rond de brachiale zenuw plexus die zorgt voor een plaatselijke, regionale pijnbestrijding.
Revalidatie
Na de ingreep verblijft de patiënt vijf dagen in het ziekenhuis voor een intensieve kiné
periode. Driemaal daags wordt de schouder passief gemobiliseerd.
Nadien thuis, dient de kinesitherapie te worden verder gezet, zo frequent mogelijk.
Hoe meer en frequenter de oefeningen verricht worden, hoe sneller de schouder
normaliseert.
Een stijve schouder is een pijnlijke schouder.
- ANATOMIE
- ROTATOR CUFF SCHEUR
- INKLEMMINGS- SYNDROOM
- PEESVERKALKING
- BEVROREN SCHOUDER
- SCHOUDER- PROTHESE
- SCHOUDER- FRACTUREN
- SCHOUDER- INSTABILITEIT
- BICEPS TENDINITIS
- BICEPS SCHEUR
- ACROMIO-CLAVICULAIRE PATHOLOGIE
- ACROMIO-CLAVICULAIRE FIXATIE
- SLAP-LETSEL
- ARTHROSCOPISCHE SUBACROMIALE DECOMPRESSIE
- OEFENPROGRAMMA BIJ SCHOUDERINSTABILITEIT
